woensdag 4 oktober 2017

DE PLANNEN: HET VERHAAL WAARMEE WE VANAF ZOMER 2016 'DE BOER OP GINGEN'



HET DIJKHUIS:
EEN VERDWENEN STUKJE VEERE


8 april 2017 tot en met 27 augustus 2017


Museum Veere:
locaties Stadhuis en Schotse Huizen


Inleiding

Een tentoonstelling over een huis? Een huis op een plek die niet meer bestaat? Hoe dat zo?
Ja, het moet gezegd, het is een bijzonder onderwerp voor een tentoonstelling maar het was dan ook een bijzonder huis. Het leeft tot vandaag voort in de gedachten van veel mensen op Walcheren. Hoeveel ingelijste foto’s ervan zijn we recentelijk niet tegen gekomen in Zeeuwse huiskamers, gangen, slaapkamers meer dan 70 jaar na haar vernietiging...

Een huis en een plek die in hun eeuwen lang bestaan op allerlei niveaus van belang waren voor de polder Walcheren en de stad Veere: we praten over veiligheid en rechtspraak, over verdediging tegen water en vijand, over planologie en waterhuishouding, over nabuurschap in een kleine, agrarische polder, over consequenties op microniveau van militair-strategische beslissingen op wereldschaal, over kunst en kunstenaars, over dijkbouw, toerisme en economie. Bestuurlijke verantwoordelijkheid, landschappelijke verandering en persoonlijk geluk, inspiratie en drama zijn sleutelwoorden.

In de tentoonstelling hoop ik het publiek op een aantrekkelijke wijze die historische niveaus voor het voetlicht te brengen. Begrijpelijk en aansprekend technisch materiaal naast fotografie, originele documenten en voorwerpen, kaarten en kunst: veel kunst, verrassend en voor een belangrijk deel nooit eerder of zeer zelden tentoongesteld.
Het project mag rekenen op brede steun en vindt vrijwel overal een enthousiast onthaal. Te exposeren materialen zijn toegezegd door uiteenlopende musea, archieven, bibliotheken, instanties en heel veel particulieren. Zo zullen naar alle waarschijnlijkheid het Drents Museum te Assen, het Zeeuws Museum te Middelburg, de Universiteitsbibliotheek Amsterdam (afdeling bijzondere collecties), Koninklijke Boskalis B.V., het Zeeuws Archief en het Waterschap Scheldestromen hun medewerking verlenen. Maar daarnaast zijn het juist ook de enthousiaste nazaten van veel oude bewoners van de Oostwatering, Kattenpolder en Veere zelf die met een schat aan herinneringen, foto’s en onbekende kunstwerken zorgen voor het tot leven wekken van - ook hun -  geschiedenis.

Ik heb al heel mijn leven een persoonlijke band met en fascinatie voor de plek. Mijn moeder groeide er op en haar verhalen gaven het huis voor mij, juist omdat het niet meer bestond, een bijna magische uitstraling. Na een carrière in film vertoning en -journalistiek, tv programmering, evenement organisatie en onderwijs, heb ik inmiddels de tijd gevonden voor het gedegen historisch uitdiepen van die fascinatie en het verzamelen van bijzonder materiaal over het huis, haar bewoners en eeuwenoude historie. Mijn ervaring met het organiseren van kunstmanifestaties, brede belangstelling en al generaties bestaande banden met telgen uit oude Veerse geslachten geeft mij een goede uitgangspositie voor de research en organisatie.



Ard Hesselink
Gastconservator



Korte schets geschiedenis Dijkhuis te Veere

De Polredijk tussen Vrouwenpolder en Veere stamt uit eind 11e/begin 12e eeuw. Eeuwenlang was het de noordelijke verdedigingslinie van de Polder Walcheren tegen het water. Na een dijkdoorbraak in de eerste helft van de 16e eeuw ontstond op het bewuste punt een nol, die samen met de aangelegde inlaagdijk zorgde voor de groei van een strandje in de luwte van de dijk. Op de van Deventerkaart uit 1560 is al te zien waarom de nol ‘Galghenolle’ werd genoemd: de stad Veere gebruikte haar eeuwenlang als executieterrein, een goed zichtbare waarschuwing voor het binnenvarende, vaak ruwe scheepsvolk uit verre streken.

Al bij Blaeu (1662) wordt op de plek een huis aangegeven: het zogenaamde ‘Leverhuijs’. Bij Tirion/Hattinga in 1753 zien we de toevoeging ‘Batterij en Wachthuis’. Op andere kaarten wordt het huis ook wel Smeerenburg genoemd. Het werd gebruikt als vergaderplek voor het bestuur van de Polder Walcheren/district Oostwatering, als centraal punt/magazijn voor dijkonderhoud en -herstel en als wachthuis voor de landwacht, de polderverdediging in tijden van oorlog en gevaar.

 
Meer dan 100 jaar werd het Dijkhuis (dat hoogstwaarschijnlijk zelf stamde uit de 17e  of begin 18e eeuw) ook gebruikt als woning voor de dijkmeester van District Oostwatering. Aan het begin van de 20e eeuw werd het ook wel ‘Polderhuis’ genoemd en ‘het Witte Huis’. Vissers noemden het eind 19e eeuw ‘de Commies’ . Commies was de oude naam bij de polder voor dijkopzichter.

In 1918 werd het huis gekocht door het Amsterdamse kunstenaars echtpaar kostuum ontwerpster Nell Bronger  en decor- en binnenhuis ontwerper Frits Lensvelt dat er met hun dochter en zoon in de jaren ‘20 permanent en met enorm plezier woonde. Al gauw maakten ze deel uit van de bekende groep Veerse kunstenaars, waarvan velen het huis en haar vergezichten op doek en papier vastlegden. Ook onderhield het echtpaar nauwe banden met veel van hun buren in de Oostwatering, veelal boeren families die al generaties lang het land rond het dijkhuis bewerkten. Sommige van die banden waren zo hecht dat ze tot heden ten dage door de nazaten in ere gehouden worden.

In de jaren ’30 trok Lensvelt weer meer naar Amsterdam en diende het huis vooral als vakantieverblijf. Ook werd het regelmatig verhuurd. Zo ook in 1939, toen de jonge Claire Bonebakker, later een bekende Veeriste, de helft van het huis betrok. Lensvelt en zij woonden er allebei toen ze in 1942 op last van de Duitse bezetter het dijkhuis moesten ontruimen. Na een intermezzo aan de kaai in Veere werd hij in mei 1944  gedwongen ook de provincie te verlaten. Het dijkhuis diende inmiddels voor de inkwartiering van de Duitse soldaten die het ‘Stützpunkt Fischhausen’, een iets verder op de dijk gelegen 5cm-kanon stelling, moesten bemannen.

Toen de dijk dan ook in oktober 1944 gebombardeerd werd door de RAF om Walcheren onder water te zetten, was Lensvelt ver weg. De bommen vernielden de dijk over een aantal honderden meters en de plek van het dijkhuis werd een stroomgat waar tweemaal per dag de getijdenbeweging doorheen ging en alles wat over was wegschuurde.

In juni 1945, de bevrijding nog vers en de dijkdichting in volle gang, keerde Lensvelt terug op het eiland. Hij was zich niet bewust geweest van de totale vernieling van ‘de Tuin van Zeeland’. Toen hij zich realiseerde dat zijn geliefde plekje voorgoed verdwenen was raakte hij in een ernstige depressie. Een aantal weken zwierf hij, al tekenend, over het nog steeds ondergelopen eiland en op 23 juli stierf hij van verdriet en uitputting in het ziekenhuis van Middelburg.

De dijk werd gedicht, hoewel iets verlegd en het leven op Walcheren hernam langzaam zijn gang temidden van opbouw, herstel en vernieuwing. Pas na de Watersnoodramp van 1953 ontstond nieuwe activiteit op de plek waar het dijkhuis gestaan had. Het Deltaplan kwam in werking. De restanten van de oude dijk en nol werden geschikt bevonden om er achter een werkhaven van rijkswaterstaat in te richten voor de nieuw te bouwen zeedijk bij Vrouwenpolder.

Toen die dijk dicht was en het Veerse Gat veranderd was in het Veerse Meer lag er een extra kant en klare haven voor het vrijwel direct opkomende watersporttoerisme. Een enorme en razendsnelle economische verandering voor Veere: van eeuwenlange vissershaven naar toeristische trekpleister met alle gemakken voor de watersporter. Tot nu toe het laatste hoofdstuk in de door de eeuwen heen veranderende functionaliteit van een bijzonder plekje.

En nog steeds kabbelen kalme golfjes tegen het laatste stukje van de oude ‘galghenolle’ op de kop van de jachthaven ‘Oostwatering’. Daar lag eens een strandje waar je bij vloed boven het zeewater kon schommelen, waar de Veerse jeugd ging zwemmen als de Lensvelts in Amsterdam waren en waaraan ik -ongezien- al mijn hele leven mijn hart aan heb verpand.

Ard Hesselink, gast curator museum Veere



De tentoonstelling

De tentoonstelling zal naar het zich nu laat aanzien worden opgebouwd in een aantal  chronologische hoofdstukken, te weten:
  1. Oude tijden - tot 1918
  2. 1918 - 1940
  3. De oorlog
  4. Jaren ’50, deltawerken en jachthaven
1
Cartografie speelt een hoofdrol met aantrekkelijk gepresenteerde kaarten waarop de ontwikkeling van het gebied duidelijk te volgen is. Ook het werk van de Polder en de op het Dijkhuis woonachtige dijkopzichters komen ruim aan bod in documenten en -hopelijk- andere voorwerpen. Prenten, waaronder de oudst bekende afbeelding van het dijkhuis uit ca. 1800, completeren het geheel.

2
De periode Lensvelt, onderverdeeld in :
Het huis en Lensvelt met uniek fotomateriaal van ex- en interieur en  het er levende gezin. Documenten uit Lensvelt ‘s archief geven  extra kleur aan het geheel.
Het huis en de kunst biedt een bijzondere verzameling kunstwerken van Veeristen en passanten, waarvan een aantal nooit eerder in het openbaar te zien is geweest. Het huis, haar omgeving en haar bijzondere uitzicht zijn natuurlijk het onderwerp.
Het huis en haar buren biedt een bijzondere inventarisatie van de vooroorlogse bewoners van Oostwatering en Kattenpolder. Uniek fotomateriaal uit privébezit en mogelijk ook  getuigenissen van voormalige bewoners kunnen inzicht geven in het leven toentertijd.

3
Hoewel via documenten en foto's ook aandacht aan de bezetting zal worden besteed gaat de aandacht hier toch vooral uit naar bombardement, inundatie en droogmaking. Via de voor het eerst te tonen indringende schetsen die Lensvelt in de zomer van 1945 maakte van het troosteloze, ondergelopen landschap en de plek waar eens zijn huis stond, hier ook aandacht voor zijn persoonlijk drama.
Lucht- en andere foto’s, kaartmateriaal, affiches en documenten, o.a. uit het uitgebreide archief van de ‘dienst droogmaking Walcheren’ (rijkswaterstaat) en zelden gezien werk van kunstenaars als Frits Lensvelt, Cees Bantzinger, Philip ten Klooster en Maatje van Verre.

4.
In de vroege jaren ‘50 legde kunstenaar Dirk van Gelder het nieuwe land van de Oostwatering vast. Van het aanleggen van de werkhaven en het werk aldaar voor de bouw van de Veersegatdam bij Vrouwenpolder is prachtig fotomateriaal. Kunstenaars als Wim Vaarzon Morel Jr., Willem den Ouden, Ap Sok en Frits Lensvelt Jr. maakten litho’s en etsen van het werk in opdracht van de staat. Na de oplevering van het Veerse Meer werd de werkhaven een jachthaven en ook dat voorlopig laatste hoofdstuk in de geschiedenis van de plek wordt met foto’s geïllustreerd. Tevens werpen we een blik op wat er tussen de kreken en plezierjachten van de Oostwatering nog aan restanten van het verleden te vinden is.

KORTE CV.  ARD HESSELINK

Mijn loopbaan heeft zich voor een belangrijk deel afgespeeld op de snijvlakken tussen audiovisuele kunst, media en journalistiek. Als zodanig was ik nauw betrokken bij de ontwikkeling van het filmhuis circuit, organiseerde filmmanifestaties en hielp bij het opzetten van later groot geworden filmfestivals (IDFA, Cinekid). Gedurende 1982 en 1983 werd ik gevraagd een onafhankelijke filmbeurs in New York nieuw leven in te helpen blazen vanuit een functie als Market Director. Deze beurs is nog steeds een belangrijk platform voor de Amerikaanse onafhankelijke filmkunst. Midden jaren ’80 werd voor mij de filmjournalistiek, zowel in Nederlands als internationaal verband, belangrijker. Eind jaren ’80 tot ver in de jaren ’90 was ik nauw betrokken bij het opzetten van de eerste Nederlandse (doelgroep gerichte) satelliet tv stations. De ontwikkelingen daarin verliepen razendsnel en mijn werk veranderde dan ook steeds in groter en internationaler verband. De zich verder en verder van het creatieve ‘handwerk’ verwijderende aard van mijn werk noopte mij tenslotte een  nieuwe weg in te slaan. Deze leidde uiteindelijk naar het onderwijs waarin ik de laatste 10 jaren van mijn loopbaan in staat werd gesteld met kinderen van alle basisschoolleeftijden creatieve projecten te ontwikkelen op het gebied van fotografie, film, websites, etc. Parallel aan deze (part-time) functie kwam toen ook een hernieuwde betrokkenheid bij mijn oude liefde fotografie en diverse andere aan kunst gerelateerde projecten. Deze lopen ook sinds mijn ‘pre-pensioen’ in 2014 door in en buiten mijn huidige Oost-Groningse leefomgeving.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten