Interview Jan de Buck over het schilderij door Claire Bonebakker
uit de familie van zijn overleden
vrouw
Als ik er goed naar kijk dan ga ik gewoon
zweten. Zo hard wordt daar gewerkt. Dat schilderijtje dat heeft Claire
Bonebakker in 1942 geschilderd, ze woonde toen nog in dat Dijkhuis. Of net niet
meer want achterop staat de datum: 3 juli 1942. Claire Bonebakker was nogal een
wilde juffrouw.
Je kan wel zien dat
het heel warm weer is. Boven op zit m’n schoonvader, Co Besuyen en de man op de
grond is Jewannes Gideonse. Dat was een los werkman en die werkte vaker
voor Co. Had zelf ook wel een klein stukje grond hoor. Zei Jewannes tegen Co: “Co,
je durft nogal” en hij bedoelde: je zit al zo hoog, al boven de menladder, die
al op het hoogste haakje staat.” Ja”, zei Co, “want de lucht werkt, kijk maar
naar die donkere wolk”. En hij bedoelde natuurlijk dat hij liever zo veel
mogelijk in één keer binnen voordat de regen losbarst.
Dat is een wagentje dat is 3.60 lang en 1.22 breed, ’t
spoor. Dat is heel wankel, dan mag de belading ook maar 3.60 breed komen, want de mendeur naar de
dorsvloer is niet breder dan 3.60. Ja, als je dat goed doet en dat kan je op
het schilderij zien ook, dan kan dat precies. Als je risico’s neemt en je
krijgt overgewicht, dan flikkeren die
karretjes absoluut om. Want die waren heel smal.
De paardjes zien er goed uit. Die waren veel waard hoor, vroeger,
die paarden! Een knecht was minder waard dan een paard. Zo werkte het wel. Niet
tussen Co en Jewannes, dat waren gewoon buren. Maar zoo was d’r een boerderij
op Walcheren, daar gebeurde een ongeluk: een knecht met een paard dat, voor de
wagen gespannen, op hol sloeg en dan vroegen ze alleen: “hoe is ’t met het
paard?” want voor een dubbeltje had je een andere knecht maar geen ander paard.
‘t Was een harde tijd, hoor.
Kijk Co Besuyen had twee paarden, dat kan je hier zien.
Hij zal misschien zo’n 15 hectare land hebben gehad. En dat was al heel wat!
Daar werd voor gewerkt hoor, voor twee paarden! Als dat maar kon.
Ja, het zal het land van Co geweest zijn waar ze op
werken, anders waren ze er niet bezig. Het is de Oostwatering en op de
achtergrond zie je Veere liggen: de grote kerk, de molen, de Campveerse toren.
Maar wat de meeste indruk op me maakt is hoe hard die mensen
aan het werk zijn. Dat is buitengewoon! Ik heb het zelf ook nog gedaan, zo
opladen, dus ik weet wat er gebeurt, ik weet hoe je dan zweet! Tegenwoordig is
de arbeid op het land totaal weg.
Met die volle kar moest ie dan vervolgens over de
onverharde Landschuurweg naar de schuur. En die schuren, die waren zo gebouwd,
dat waren vakken van 4 meter, behalve de dorsvloer, die deden ze 3.60. Dat
wagentje was zo smal immers en staat op hoge wielen, weinig houvast. Als het mis ging en je scheef door den dam
reed, dan kiepte die om en dan heb je een hoop werk hoor! Er waren wel
fabriekswagentjes die het beslag een beetje breder deden maar dat was niks
waard, dan kon je niet in sporen. Co en Jewannes kwamen echter gewoon thuis en gingen
rustig koffiedrinken.
Maar dat wolkje, dat verpest de zaak, want als die naar
beneden plonst dan hebben we toch even een probleem!
Mijn vrouw, Co Besuyens dochter, was een jaar of twaalf
en die zat net achter Mevrouw Bonebakker over haar schouder mee te kijken hoe
ze schilderde. Ja ze zaten daar net links voor de voorgrond van het schilderij,
dat herinnerde ze zich nog heel goed. Mijn vrouw was er heel blij mee toen ze
het van haar vader had gekregen. Co had het van Mevrouw Bonebakker zelf
gekregen. Bij hem aan de Veerseweg hing het boven aan de trap. Toen ze het
meebracht zei ik: “dat zal ik eens op laten knappen”.
Ik ging ermee naar het Zeepaardje en die keken er eens
goed naar. De verf liet niet los en de achterkant ook niet. Ze konden het
spannen en zeiden dat het op goed doek geschilderd was. En ze zetten er een
nieuw lijstje voor ons omheen. Mijn vrouw was dol op mevrouw Bonebakker
geweest. En ze had er zelf een herinnering aan, hè, aan wat er op het
schilderij te zien is. Dat maakte het helemaal speciaal voor haar. Dat het nu
in Museum Veere komt te hangen zou ze ook geweldig leuk hebben gevonden. Toen
het in Domburg hing noemden ze het ‘het Gele Hoedje’ maar d’r had een
toelichting bij gemoeten: wat je nu eigenlijk ziet op het schilderijtje. Hij
had ’s zomers trouwens wel altijd een strooien hoed op hoor, m’n schoonvader,
dat wel.
Zanddijk, 14 juni 2016
Geen opmerkingen:
Een reactie posten