woensdag 19 april 2017

HERINNERINGEN AAN CLAIRE BONEBAKKER EN DE FAMILIE BESUYEN: JAN DE BUCK

Interview Jan de Buck over het schilderij door Claire Bonebakker
 uit de familie van zijn overleden vrouw


Als ik er goed naar kijk dan ga ik gewoon zweten. Zo hard wordt daar gewerkt. Dat schilderijtje dat heeft Claire Bonebakker in 1942 geschilderd, ze woonde toen nog in dat Dijkhuis. Of net niet meer want achterop staat de datum: 3 juli 1942. Claire Bonebakker was nogal een wilde juffrouw.

Je kan wel zien dat het heel warm weer is. Boven op zit m’n schoonvader, Co Besuyen en de man op de grond is Jewannes Gideonse. Dat was een los werkman en die werkte vaker voor Co. Had zelf ook wel een klein stukje grond hoor. Zei Jewannes tegen Co: “Co, je durft nogal” en hij bedoelde: je zit al zo hoog, al boven de menladder, die al op het hoogste haakje staat.” Ja”, zei Co, “want de lucht werkt, kijk maar naar die donkere wolk”. En hij bedoelde natuurlijk dat hij liever zo veel mogelijk in één keer binnen voordat de regen losbarst.

Dat is een wagentje dat is 3.60 lang en 1.22 breed, ’t spoor. Dat is heel wankel, dan mag de belading ook  maar 3.60 breed komen, want de mendeur naar de dorsvloer is niet breder dan 3.60. Ja, als je dat goed doet en dat kan je op het schilderij zien ook, dan kan dat precies. Als je risico’s neemt en je krijgt  overgewicht, dan flikkeren die karretjes absoluut om. Want die waren heel smal.

 De paardjes zien er goed uit. Die waren veel waard hoor, vroeger, die paarden! Een knecht was minder waard dan een paard. Zo werkte het wel. Niet tussen Co en Jewannes, dat waren gewoon buren. Maar zoo was d’r een boerderij op Walcheren, daar gebeurde een ongeluk: een knecht met een paard dat, voor de wagen gespannen, op hol sloeg en dan vroegen ze alleen: “hoe is ’t met het paard?” want voor een dubbeltje had je een andere knecht maar geen ander paard. ‘t Was een harde tijd, hoor.

Kijk Co Besuyen had twee paarden, dat kan je hier zien. Hij zal misschien zo’n 15 hectare land hebben gehad. En dat was al heel wat! Daar werd voor gewerkt hoor, voor twee paarden! Als dat maar kon.

Ja, het zal het land van Co geweest zijn waar ze op werken, anders waren ze er niet bezig. Het is de Oostwatering en op de achtergrond zie je Veere liggen: de grote kerk, de molen, de Campveerse toren.

Maar wat de meeste indruk op me maakt is hoe hard die mensen aan het werk zijn. Dat is buitengewoon! Ik heb het zelf ook nog gedaan, zo opladen, dus ik weet wat er gebeurt, ik weet hoe je dan zweet! Tegenwoordig is de arbeid op het land totaal weg.

Met die volle kar moest ie dan vervolgens over de onverharde Landschuurweg naar de schuur. En die schuren, die waren zo gebouwd, dat waren vakken van 4 meter, behalve de dorsvloer, die deden ze 3.60. Dat wagentje was zo smal immers en staat op hoge wielen, weinig houvast.  Als het mis ging en je scheef door den dam reed, dan kiepte die om en dan heb je een hoop werk hoor! Er waren wel fabriekswagentjes die het beslag een beetje breder deden maar dat was niks waard, dan kon je niet in sporen. Co en Jewannes kwamen echter gewoon thuis en gingen rustig koffiedrinken.

Maar dat wolkje, dat verpest de zaak, want als die naar beneden plonst dan hebben we toch even een probleem!

Mijn vrouw, Co Besuyens dochter, was een jaar of twaalf en die zat net achter Mevrouw Bonebakker over haar schouder mee te kijken hoe ze schilderde. Ja ze zaten daar net links voor de voorgrond van het schilderij, dat herinnerde ze zich nog heel goed. Mijn vrouw was er heel blij mee toen ze het van haar vader had gekregen. Co had het van Mevrouw Bonebakker zelf gekregen. Bij hem aan de Veerseweg hing het boven aan de trap. Toen ze het meebracht zei ik: “dat zal ik eens op laten knappen”.

Ik ging ermee naar het Zeepaardje en die keken er eens goed naar. De verf liet niet los en de achterkant ook niet. Ze konden het spannen en zeiden dat het op goed doek geschilderd was. En ze zetten er een nieuw lijstje voor ons omheen. Mijn vrouw was dol op mevrouw Bonebakker geweest. En ze had er zelf een herinnering aan, hè, aan wat er op het schilderij te zien is. Dat maakte het helemaal speciaal voor haar. Dat het nu in Museum Veere komt te hangen zou ze ook geweldig leuk hebben gevonden. Toen het in Domburg hing noemden ze het ‘het Gele Hoedje’ maar d’r had een toelichting bij gemoeten: wat je nu eigenlijk ziet op het schilderijtje. Hij had ’s zomers trouwens wel altijd een strooien hoed op hoor, m’n schoonvader, dat wel. 

Zanddijk, 14 juni 2016

Geen opmerkingen:

Een reactie posten