Dames en heren,
Mijn naam is Ard
Hesselink en ik heb de eer gehad de tentoonstelling HET DIJKHUIS: EEN VERDWENEN
STUKJE VEERE voor u te mogen samenstellen.
Over de tentoonstelling
zelf zal ik kort zijn. Wat u hier en in het Stadhuis zult zien is het resultaat
van twee jaar research en het is nu aan u, het publiek, om er uw oordeel over
te vellen.
Wat ik hier wel wil
overbrengen is het plezier en de voldoening die de zoektocht mij gebracht
heeft. Het was een avontuurlijke reis door het verleden, gepaard gaande met
verrassende vondsten, toevallige ontmoetingen en een enorme verruiming van mijn
kennis op velerlei gebied. Maar het belangrijkste element was de overweldigende
respons die het initiatief ontmoette. Vrijwel overal werd ik met open armen ontvangen.
Velen benaderden mij zelf na de verschillende oproepen in de regionale media.
Wie het colofon achter in de brochure bekijkt ziet hoe groot die respons was.
En waarom? Waarom spreekt
dat Dijkhuis nog zo aan, meer dan 70 jaar na zijn verwoesting? De generatie die
het huis nog bewust heeft meegemaakt is al vrijwel uitgestorven. Alleen
sommigen die het uit hun jeugd kennen zijn nog onder ons. Ik denk dat het huis
voor de Walcherse bevolking een symbool is geworden. Een symbool van het
vooroorlogse, het oude Walcheren, dat niet voor niets de Tuin van Zeeland werd
genoemd. Dat oude Walcheren dat voorgoed verdwenen is na de Tweede
Wereldoorlog. Het Dijkhuis, met zijn markante vorm op die in het oog springende
plek, met zijn uitzicht op het iconische silhouet van de stad Veere als symbool
van zoveel meer dat Walcheren vanouds zo bijzonder maakte. Misschien zijn
sommigen het zich niet bewust maar ik denk dat ook de huidige generaties
Walcherenaren daarom zo veelvuldig spontaan hun medewerking gaven aan mijn
zoektocht.
Dit is natuurlijk het
moment om voor al die medewerking te bedanken. Dat doe ik bij deze maar de al
eerder genoemde omvang van de groep tipgevers, raadgevers, subsidiegevers,
bruikleengevers en andere gevers maakt het mij onmogelijk iedereen hier bij
naam te noemen. Weest u er echter van overtuigd dat achter iedere naam in het
colofon een verhaal schuil gaat waarvoor ik alleen maar heel dankbaar kan zijn.
En als ik iemand vergeten ben te benoemen, vergeeft u het mij alstublieft.
Toch maak ik hier een
tweetal uitzonderingen. Te midden van maar ook symbolisch voor bestuur,
medewerkers en vrijwilligers van Museum Veere wil ik vooral Ruud Backx
bedanken, bestuurslid tentoonstellingsbeleid, die vanaf ons eerste contact
vertrouwen toonde in het project, een klankbord was, veel werk verzette in het
Veerse en mij bij te wilde plannen op het rechte pad hield. Bedankt Ruud, het museum zal je nog gaan missen!
Voor mijn andere bedankje
wil ik u een verhaal vertellen. Een verhaal dat een begin kende in de zomer van
1918, binnenkort dus 99 jaar geleden.
Op een mooie dag liepen
er die zomer twee zusjes langs de Polredijk. Ze kwamen van de boerderij van hun
ouders, Landzicht genaamd, aan de Kraaiennestweg en waren op weg naar Veere.
Ter hoogte van de Lage Weide, bij de scherpe bocht in de Dijk waar het Dijkhuis
stond, stond een vreemde mevrouw aan het tuinhek. De meisjes Joosse (want zo
heetten ze) wisten misschien wel dat het huis kort geleden aan een Hollands
echtpaar was verkocht maar ontmoet hadden ze haar waarschijnlijk nog niet.
De mevrouw groette
vriendelijk en ze raakten even aan de praat. De mevrouw vroeg: “Hebben jullie
niet een klein zusje dat misschien met mijn dochtertje wil spelen?” Hoe het
gesprek precies verder ging is onbekend maar het gevolg was de ontmoeting
tussen de nog geen twee jaar oude Puck Lensvelt en de twee jaar oudere Jane
Joosse. Een ontmoeting met verstrekkende gevolgen. Op de foto hier op het
scherm zien we de twee meisjes spelend op het strandje bij het Dijkhuis tijdens
misschien wel die eerste, gedenkwaardige ontmoeting.
Het bleef daar niet bij,
de meisjes werden daadwerkelijk vriendinnen, die wat later altijd samen naar
school in Veere liepen. Daar scheidden zich dan hun wegen want Jane ging naar
de Christelijke en Puck naar de Openbare School. Maar ook voor de terugweg
wachtten ze op elkaar. Het was zowiezo een bijzondere vriendschap tussen deze
twee meisjes met zo totaal andere achtergrond. Van jongsaf aan stapten ze bij
elkaar een waarschijnlijk heel andere wereld binnen. Maar dat stopte de
vriendschap niet. Integendeel, ze bleef bestaan. Ook toen Puck Lensvelt in 1934
naar Amsterdam verhuisde.
Ook toen Jane Joosse Jane de Nood werd en Puck
Lensvelt veranderde in Klaertje Hesselink. Jane kreeg zes kinderen en bleef
altijd boerin in Veere. Niet meer in de Oostwatering natuurlijk maar aan de
Zanddijkseweg. Ook Puck kreeg zes kinderen en woonde het grootste deel van haar
leven in Utrecht. Maar ’s zomers trok haar hele gezin bijna altijd naar
Walcheren en een bezoek aan de boerderij bij Zanddijk vormde altijd een hoogtepunt.
Ook toen Jane Joosse Jane de Nood werd en Puck
Lensvelt veranderde in Klaertje Hesselink. Jane kreeg zes kinderen en bleef
altijd boerin in Veere. Niet meer in de Oostwatering natuurlijk maar aan de
Zanddijkseweg. Ook Puck kreeg zes kinderen en woonde het grootste deel van haar
leven in Utrecht. Maar ’s zomers trok haar hele gezin bijna altijd naar
Walcheren en een bezoek aan de boerderij bij Zanddijk vormde altijd een hoogtepunt.
Ook tussen sommigen van
hun kinderen groeiden vriendschapsbanden, hoewel die van Jane meest wat ouder
waren. Maar het contact ging nooit verloren, ook niet na het overlijden van de twee
vriendinnen.
En zo kom ik op mijn
tweede bedankje. Anneke Gideonse-de Nood woont met haar man Cees Gideonse nog
steeds (of liever gezegd weer) op de boerderij aan de Zanddijkseweg. Ik kan
rustig zeggen dat zonder hun gastvrijheid en hulp dit project nooit van de
grond was gekomen. Lang voor het zeker was dat er überhaupt een tentoonstelling
zou komen boden ze me onderdak aan als ik voor het onderzoek op Walcheren moest
zijn. Maar ze legden ook belangrijke contacten voor me met andere telgen uit
oude Veerse geslachten, boden een luisterend oor voor al mijn belevenissen en
werden zo deelgenoot in dit project. Heel
erg bedankt Anneke en Cees!
En dus, zonder die
ontmoeting van 99 jaar geleden zou er vandaag geen tentoonstelling geweest zijn
om te openen. Maar die is er dus wel en daarom geef ik hierbij graag het woord
aan dr. Aad de Klerk voor zijn officieel openingswoord onder de titel “Oude
kaarten als de ogen van de geschiedenis”.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten